Lofts

Het verbouwen van een loft tot woonruimte is sinds het midden van de vorige eeuw een van de belangrijkste trends in de stedelijke ontwikkeling. Door deze trend veranderde de migratie van richting: van de voorsteden naar het stadscentrum. Met het herrijzen van de stadscentra ontwikkelde zich vooral een nieuw stedelijk bewustzijn. Wie een loft bewoont, hecht waarde aan de architecturale erfenis van zijn stad en past deze, evenals andere kunstvormen, in zijn dagelijks leven in.

Oorspronkelijk stond het woord loft voor een doorlopende, open ruimte in oude, verlaten, industriële gebouwen en pakhuizen. Het komt uit Engeland en beschrijft een zolder of de bovenste verdieping van een fabriek. Tegenwoordig doelen we met een loft op een uitgestrekte, gerestaureerde ruimte waarin de fabriekssfeer is behouden en waarvan de industriële bouwstijl een huiselijke toepassing heeft gekregen.

Toch is dit verschijnsel meer dan een architectonische ingreep: het wijst op een nieuwe levensstijl van degene die er woont. De eerste mensen die een loft betrokken, waren studenten en kunstenaars met weinig geld maar met een grote behoefte aan ruimte. Zij vertegenwoordigden een levensstijl waarin kunst deel uitmaakte van het alledaagse bestaan. Deze nieuwe levensstijl vond grootse bijval en kreeg dan ook steeds meer aanhangers. Tegenwoordig is het bewonen van een loft een teken van prestige en economisch welzijn. Architecten, kunstenaars, ontwerpers, binnenhuisarchitecten, schrijvers en fotografen genieten van de voordelen die het wonen en werken in dezelfde ruimte biedt.